Inleiding tot participatieprojecten

Er zijn in Nederland verschillende participatieprojecten, maar wat is het doel en hoe zijn ze begonnen? Om hier een goed beeld over te krijgen, worden de projecten vaak verdeeld naar het type samenwerkingsrelaties tussen bijvoorbeeld vrijwilligers/zelforganisaties en professionele of beroepsorganisaties. In de literatuur zijn er verschillende indelingen die gebruikt kunnen worden voor de verdeling van de samenwerkingsverbanden. De eerste groep zijn de professionals en vrijwilligers in ‘informeel, hybride vrijwilligerswerk’. Bij vrijwilligers gaat het hier over bijvoorbeeld de oud-gebruikers van de voorzieningen, die betrokken blijven bij de voorzieningen. Maar het kan hier ook gaan over een actieve buurtbewoner, die soms wordt gevraagd om mee te denken of om mee te werken. De tweede groep bestaat uit de professionals en vrijwilligers in bottom-up samenwerking (frontliniepraktijken). Het initiatief voor het vrijwilligerswerk komt uit de doelgroep. De vrijwilligers gaan binnen deze groep de duurzame verbindingen zelf aan met professionals. Wat erg kenmerkend is voor deze samenwerking is de betrokkenheid van de professionals met de niet-professionals om de doelgroep te bereiken. De derde groep bestaat uit professionals en vrijwilligers in top-down samenwerking: paraprofessional-praktijken. Bij deze top-down samenwerking komen de vrijwilligers bewust naar een bestaande organisatie toe. De vierde groep bestaat uit professionals en vrijwilligers in formele opvoedingsondersteunende samenwerking. Bij deze groep hebben de vrijwilligers zich ook bewust aangemeld, ze hoeven niet afkomstig te zijn uit de doelgroep. Het gaat hier over de ondersteuning die verkregen kan worden.

 

Voorbeelden van participatieprojecten

Veel participatieprojecten in Nederland vallen in de categorie ‘professionals en vrijwilligers in bottom-up samenwerking’. Een voorbeeld van een project is Kansen krijgen, kansen grijpen, een project van Stichting DIR. Dit is een Nederlands – Ethiopische ontwikkelingsorganisatie en zij wil onder andere de integratie van Ethiopiërs en Sudanezen in Nederland bevorderen. Ze werkt samen met professionele organisaties en ook met de gemeenten om de ontwikkelingskansen van deze jongeren te vergroten. Projecten die binnen de categorie ‘hybride vrijwilligerswerk’ vallen, worden er ook steeds meer. Een voorbeeld daarvan is een informele, tijdelijke setting waarbij samen wordt gewerkt met vrijwilligers (uit de buurt). Een voorbeeld is het project Sportparticipatie van migrantenjeugd en hun ouders in Kanaleneiland. Een voorbeeld van een project dat binnen de categorie top-down samenwerking tussen vrijwilligers en professionele instellingen valt is Mama Cares en dat is een doelgroep participatieproject waarin bezoekmoeders geworven, opgeleid en begeleid worden. Bij de laatste categorie (een formeel samenwerkingsverband tussen professionals en vrijwilligers) kun je denken aan een project zoals Tussenin: De onbereikbaren bereiken.

 

Doelen van projecten

De meeste participatieprojecten hebben een of meerdere doelen opgesteld. Ze willen vaak meerdere doelgroepen bedienen. Er kan een onderscheid gemaakt worden in ‘overkoepelende doelen’ en ‘directe projectdoelen’. Bij de ‘overkoepelende doelen’ gaat het over doelen die verder gaan dan het directe bereik van het project. De overkoepelende doelen die vaak voorkomen zijn bijvoorbeeld ‘creëren van toegankelijke en effectieve jeugdzorg voor migrantengezinnen’ en ‘voorkomen van (zwaardere) problematiek’. Mama Cares is een project en heeft als overkoepelend doel het verbeteren van het bereik van de preventieve jeugdzorg. Maar ook heeft het project nog twee directe projectdoelen. Het eerste doel is het opzetten en trainen van een groep bezoekmoeders. Het tweede doel is de getrainde bezoekmoeders geven informatie over opvoeding, psychosociale en verslavingsproblematiek en zorginstellingen aan moeders/vrouwen. Een ander project dat hierboven al is genoemd, is Kansen krijgen en kansen grijpen. Het overkoepelende doel daarbij is het bevorderen dat jongeren van Ethiopische en Sudanese afkomst hun eigen toekomst gaan vormgeven en duidelijk krijgen welke rol zij kunnen spelen in de Nederlandse samenleving. Ook zijn er twee directe projectdoelen, het eerste doel is de Ethiopische en Sudanese jongeren een opleiding laten afronden, startkwalificatie laten behalen, plek op de arbeidsmarkt vinden en de Nederlandse taal leren beheersen. Het tweede directe projectdoel is de ouders van deze jongeren meer vertrouwen geven in hun capaciteiten als opvoeder.

Alle projecten streven andere doelen na, maar de directe doelen kunnen ook onderverdeeld worden. De directe doelen die veel genoemd worden bij de projecten zijn het ‘verbeteren van de communicatie/samenwerking tussen professionals en cliënten’ en ‘ouders empoweren/informeren/ begeleiden in opvoeding’. Ook het doel het ‘begeleiden van jongeren in hun ontwikkeling’ komt vaak voor.

 

Doelgroepen

Bij de meeste projecten richten ze zich op meerdere doelgroepen. Veel doelgroepen waar de projecten op zijn gericht zijn ‘jongeren tussen 12 en 18 jaar’ en ‘de ouders van deze jongeren’. Soms wordt er nog een derde doelgroep gekozen, een voorbeeld daarvan is het project Tussenin: De onbereikbaren bereiken dit is van de Marokkaanse zelforganisatie Al Amal in Utrecht. Veel projecten richten zich op gezinnen, op ouders, op jongeren, op professionals of op vrijwilligers/intermediairs.

 

Ontstaan

Hoe dat de participatiegroepen zijn ontstaan is heel wisselend. Het kan zijn dat vrijwilligers het initiatief hebben genomen. Het initiatief kan ook van een professionele instantie afkomen, of van ouders bijvoorbeeld of de buurt. Als er in de buurt niet veel gesport wordt, of er wordt in kaart gebracht dat in een bepaalde wijk veel kinderen last hebben van overgewicht, dan kan de buurt er wat aan willen doen, maar ook welzijnsorganisaties en sportverenigingen. Vaak werken ze dan samen om een project op te zetten. Ze hebben een gezamenlijk doel, ze willen dat het overgewicht afneemt door bijvoorbeeld de kinderen veel meer te laten bewegen.